• Zijn kunstenaars oplichters?

    7 mei 2010


    We weten allemaal dat de kunst niet de waarheid is. Kunst is een leugen die ons bewust maakt van de waarheid voor zover ons gegeven is de waarheid te verstaan.

    Een bekend citaat van Pablo Picasso dat in een flink aantal variaties aangetroffen wordt. Ze hebben alle één gemeenschappelijk begin, Picasso spreekt zijn gehoor aan met 'allemaal'. Dat verbaasde mij want ik behoorde niet bij 'allemaal' en ik wist zeker dat ik niet de enige was. De strekking van het citaat ontging mij volkomen en ik vond het niet van belang genoeg om er mijn hersens mee te pijnigen. ik nam de uitspraak voor zoete koek, interessante egotripperij van een man die door zijn statuur altijd gelijk heeft, dat weet en er vrolijk misbruik van maakt door pseudo wijsheid uit te slaan. Laat maar gaan dus. Echter dat veranderde volkomen toen ik de uitspraak van beroemdste kunstenaar van de voorbije eeuw opnieuw tegenkwam nu in de vorm van een aforisme.

    We weten allemaal dat kunst niet waar is. Kunst is een leugen die ons de waarheid doet beseffen, tenminste de waarheid die we gegeven zijn te begrijpen. De kunstenaar moet weten hoe hij anderen kan overtuigen van het waarheidsvolle van zijn leugens.  Als hij alleen maar in zijn  werk laat zien wat hij gezocht heeft .... bereikt hij nooit iets.

    Ofschoon de insiders 'allemaal' opnieuw aangesproken werden voelde ik toch dat er met de uitspraak meer
    aan de hand was, hij sprak nu direct tegen kunstenaars en daar hoor ik ook bij. Daarmee was de uitspraak nog niet glashelder maar ik voelde mij gedwongen om na te denken over de betekenis ervan, bedoelde Picasso wellicht dat de de kunstenaar de 3-D werkelijkheid omzet in een 2-D plat vlak? Ik vond het te mager. Als een langzaam werkend gif hield het mij in zijn greep, het was er en het bleef er muurvast verankerd in mijn geest. Begrijpen deed ik hem evenwel nog steeds niet. Sterker nog, naarmate ik erover piekerde leek ik er steeds minder van te begrijpen. Wat moet je met leugenachtige kunst die slechts de pretentie heeft echt te zijn … een tantaliserende gedachte. Creëerde ik zonder dat te beseffen leugens of moet je tot de grote kanonnen behoren om echte leugens te schilderen en waren mijn leugens slechts charmante poginkjes daartoe. Was dat alles, dan kon ik daar best mee leven maar er zat nog meer venijn in want die leugens moesten klip en klaar een verborgen waarheid blootleggen voor … de insiders, de groep waarmee ik mij desondanks onverbrekelijk verbonden achtte. Ik wil niet zeggen dat ik er wanhopig van werd maar het leek er verdacht veel op.
    Maar als zo vaak in mijn bestaan bracht een terloopse waarneming tijdens een fietstocht mij op het spoor van een mogelijke oplossing, de tekst op een mededelingenbord voor vrachtwagenchauffeurs fungeerde als eye-opener.
       
                                                                                  
    De tekst op het bord adviseerde de heren chauffeurs een bepaalde route te nemen voor de aflevering van goederen die nodig waren voor de bouw van een aantal kunstwerken. Kunstwerken? Jazeker kunstwerken, tunnels en viaducten die gebouwd werden in de route van de nieuwe spoorlijn tussen Lelystad en Kampen. Wat is er zo kunstig aan een paar betonklompen? Ze waren aardig vormgegeven dat wel maar kunst, ik zag het niet.  Toen plotseling drong het tot mij door, de heren ingenieurs, ontwerpers van de kunstwerken, betitelen hun bouwsels als kunstwerken omdat ze kunst zien als de verzelfstandiging van kunde, hun kundigheid en zo wordt een krap bemeten tunneltje ineens een kunstwerk, simpel en duidelijk.
    Maar alles wat met kunst te maken heeft is allerminst simpel want het woord kunst heeft nog een betekenis die diametraal staat tegenover de afleiding van kunde, het woord kunst betekend in dat geval kunstmatig of namaak. We vinden het dan terug als prefix in het woorden kunstgras, kunstgebit, kunstijs en niet te vergeten in het populaire damesspeeltje de kunstpenis.
    In het Frans betekent artificielle kunstmatig of namaak en dat geeft mij het gevoel dat alleen het woord l'art eveneens meerdere betekenissen heeft waaronder namaak en zo zijn we weer terug bij de leugen, de miskenning van de waarheid uit Picasso's betoog dat hiermee in één klap duidelijk wordt. Kunstenaars zijn geraffineerde oplichters die de werkelijkheid van het echtte vakkundig moeten omzetten in pretentieus geschilderde leugens met als doel de zintuigen van de beschouwer te begoochelen en hem in de waan te brengen dat hij iets aanschouwt wat echt genoemd mag worden. Een beetje kunstenaar, lid van 'allemaal', weet intussen wel beter, de natuur, het echte, laat zich hoe dan ook niet vangen met wat verf op een stukje linnen, onbegonnen werk. Maar zoals dat gaat, schoorstenen moeten roken, monden worden gevuld en ego's gekoesterd. Daarom niet getreurd, liegen ze 'allemaal' tegen de klippen op.  Ze 'allemaal'? Jazeker want ik hoor er nog steeds niet bij, voorwaarde is immers dat je naar de natuur schildert en dat doe ik als abstract kunstenaar niet. Abstracte kunst is nooit een gekopieerd stukje natuur. Een abstract kunstwerk is uniek en daardoor als enige vorm van kunst echt. Abstracte kunstenaars hebben de leugen niet nodig om hun echte kunst aan de man te brengen.
    Hoor ik daar iemand zeggen dat de mensheid bedrogen wil worden?

     

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2789 keer bekeken

  • Is de eerste indruk te vertrouwen?

    13 februari 2010


    In gezelschap van liefhebbers van abstracte kunst mag ik graag opmerken dat kunst zinloos is en geen ander doel dient dan het verschaffen van genoegen aan de maker ervan. Daar kijken ze dan van op, want een dergelijk egoïsme verwachten ze niet van een kunstenaar. De prikkelende stelling is niet origineel, ik heb hem ergens opgepikt. Helaas ben ik vergeten waar, en wat belangrijker is, ook vergeten wie de auteur is. Ik opteer Arthur Schopenhauer omdat ik in die periode buitengewoon geïnteresseerd was in het werk van de grote Duitse filosoof. Zeker ben er niet van want Schopenhauer had een zeer uitgesproken mening over de kunst, die hij zeer hoog achtte, wat dan weer nauwelijks valt te rijmen met de stelling. Hij voldoet echter uitstekend om de discussie te openen en daar gaat het mij om.
    De stelling is onvolledig. Ik haast mij daarom altijd hem te complementeren met de toevoeging dat ik het wel degelijk op prijs stel als mijn werk ook genoegen verschaft aan mensen bij wie het werk in de smaak valt.
    Ik zou, als kunstenaar behoorlijk gestoord zijn als ik uitsluitend voor mijzelf zou schilderen zonder acht te slaan op het fenomeen, de smaak van de van de abstracte kunstliefhebber, en mijn waarneming daarvan niet zou verwerken in mijn stijl.
    De moeilijkheid is wel hoe dat te doen zonder ongeloofwaardig te worden. Plaatje pikken, leentjebuur spelen bij succesvolle collega's, stijlelementen kopiëren van topkunstenaars zijn acties die mij als kunstenaar eerder schaden dan profijt opleveren. Ze tasten mijn integriteit aan, halen de waarde van mijn eigenheid naar beneden en dat kan en mag nooit de bedoeling zijn. Daarom alleen al is het goed in discussie te gaan met kunstliefhebbers of het kenners zijn of leken doet er niet zo toe.
    Discussie is altijd leerzaam en daardoor waardevol. Zo hoop ik op deze manier ooit wat licht te krijgen in een kwestie die mij al jaren obsedeert. De vraag is; wat is de waarde van de eerste indruk bij een blik op het werk van een kunstenaar?.


                          
                                                 
    In een fractie van een seconde vellen we het oordeel dat bepalend is of we het werk nader beschouwen of dat we het ogenblikkelijk vergeten. Die eerste indruk komt tot stand doordat ongrijpbare omgevingsfactoren als b.v. smaak, kennis, vooringenomenheid en intuïtie op elkaar inwerken. Ons humeur geeft het laatste zetje en pats daar is het stempel: afgekeurd, of niet. Maar stel je voor dat we, hoe dan ook, zo beleeft zijn om nog even te kijken. Wat zien wij dan?
    Dat hangt opnieuw van een aantal factoren af waarvan de twee belangrijkste zijn, belangstelling en aandacht. Brengen we dat op dan gaat er zomaar een wereld open. Dan zien we misschien wel hetzelfde wat de schilder zag op het moment dat hij de laatste streek zette. Toen hij voelde dat zijn verbeelding uiteindelijk gesublimeerd was. Het resultaat definitief niet meer te verbeteren viel en het werk, zijn schepping, klaar was.
    Als dat zo is dan kijken we niet alleen naar het werk dan zijn we ook waarnemer van de diepte waar aan het werk zijn kracht ontleent. Met diepte bedoel ik niet de optische illusie van het perspectief, een geraffineerde schaduwwerking of het chromatisch perspectief dat Rudolf Steiner beschrijft in zijn boek 'Het wezen van kleur'. Diepte omvat de gehele voorgeschiedenis die ten grondslag ligt aan het werk en die gewoonlijk begint met een nauwelijks bespeurbare emotie, een vage gedachte, gevolgd door die eerste, aarzelende, streek die de aanzet is voor een artistieke vechtpartij met vormen en verf, een strijd die vroeg of niet zelden laat uitmond in het resultaat waarvan de kunstenaar voelt dat het af is. Er kan echter heel wat gebeuren voor het zover is, stukken worden uitgewist of afgedekt en overgeschilderd, kleuren afgezwakt of juist versterkt, lijnen aangebracht en weer weggehaald, harde contrasten worden veranderd in een vloeiend verloop enz. allemaal zaken die tezamen de voorgeschiedenis van het schilderij bepalen en daarmee de diepte die het werk zijn kracht geven en een logische plaats in het oeuvre van de kunstenaar. Diepte vinden we dan ook in het oeuvre van de schilder dat in zijn geheel een beeld geeft van zijn groei als kunstenaar. Elk schilderij wordt zo op het ogenblik dat het af is deel van een voorgeschiedenis die onherroepelijk leid tot het volgende schilderij. De kunstenaar laat zich als het ware lezen door zijn werk. De vraag is echter moeten we een schilderij zien als een pagina van een eindeloos boek of als een hoofdstuk dat uitnodigt om het volgende hoofdstuk te lezen en zo een feuilleton avant le lettré vormt.
    Diepte, zoals hier bedoelt, is van onschatbare waarde voor het oeuvre van de kunstenaar. Het probleem is dat veel kunstenaars hun stinkende best doen alles wat maar zou kunnen verwijzen naar een voorgeschiedenis wegpoetsen. Met de productie van gelikt werk leggen ze een sluier over de kracht van hun arbeid. De kracht is daarmee niet verdwenen, zelfs niet afgenomen. De kracht is omgezet in spanning, een vibrerende energie die inwerkt op de psyche.
    Terug naar de eerste indruk en de waarde daarvan. We stellen vast dat het oppervlakkige karakter van de eerste indruk ons vaak de kans beneemt kennis te maken met opwindende kunst en de makers daarvan en daarmee wordt de waarde uiterst dubieus.
    Daarmee is niet alles gezegd want de bal is nog altijd in het spel en ligt voor de voet van de kunstenaar, hij moet het spel maken door zijn scheppingen een lading mee te geven die de omgevingsfactoren van de kijker, met zijn rot humeur, geen kans geven zich er onder uit te draaien. Ga d'r maar aan staan.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1753 keer bekeken

  • Open Art Fair 2009 in Utrecht

    13 september 2009

    Na een bezoek aan de De Open Art Fair in Utrecht bekruipt mij voor de zoveelste keer hetzelfde vervelende gevoel van teleurstelling dat mij steevast na elk bezoek aan weer een kunstmanifestatie 
    doet besluiten dat dit toch echt de laatste keer was, ik laat mij niet meer in de maling nemen, ze doen het voortaan maar zonder mij. Maar ja, hoe gaat dat, de irritatie zakt in een paar dagen weg tot onder de  grens die revoluties doet ontstaan en ik kijk stiekem wanneer de volgende mogelijkheid zich zal voordoen om mij te ergeren want eigenlijk heb ik toch een paar dingen gezien die ik wel eens terug zou willen zien.
    Omdat het altijd zo gaat vraag ik mijzelf bij deze gelegenheid maar eens af: wat verwachtte ik van mijn bezoek, natuurlijk wat er altijd is, oude wijn in nieuwe zakken, dat kan bijna niet anders dat is een vaste gewoonte in de kunstwereld. Als een kunstenaar uiteindelijk het juiste kunstje gecultiveerd heeft dat bij de gewenste doelgroep aanslaat dan komen we daar nooit meer vanaf. Tot in lengte van jaren worden we gepest met de zoveelste uitgave van het eens zo succesvolle werk. Het zij zo, maar het is wel de oorzaak van de mijn periodieke psychische afknapper.
    Een bezoek ontrold zich immer volgens hetzelfde schema, vooraf neem ik mij voor mij niet te ergeren maar, integendeel, juist te genieten van het feest der herkenning van de, oude en vertrouwde, demonstraties van stijlvastheid. Maar dat is dus niet waar ik voor kom.
    Waar ik voor kom, dat is het werk van de grensverleggende kunstenaar, de man of vrouw die je onderuit weet te rammen met de synthese van zijn onnavolgbare verbeelding. Een kunstenaar die doet wat zijn soortnaam aangeeft namelijk zijn kunde en talent aanwenden om kunst te produceren die al het bekende overstijgt en daarmee een dimensie toevoegt aan je kunstbeleving. Daarmee bedoel ik dus niet het rangschikken van voorwerpen, knoeien met verf, toveren met de computer of, en dat zijn de brutaalste, die types die proberen mij wijs te maken dat kunst gewoon een vak is, dat je leren kunt en dat geen ander doel heeft dan brood op plank te brengen.
    Maar helaas de grensverleggende kunstenaar ontbreekt opnieuw ook in Utrecht en dat bezorgt mij andermaal een kater.
    Heb ik dan helemaal niets gezien wat de moeite van het bezoek waard was? - Zeker wel, het werk van twee talentvolle kunstenaars, Petra McCarthy en David Gerstein, is mij bijgebleven en beide kunstenaars zal ik blijven volgen in hun artistieke carrière.
    De Britse kunstenares Petra  McCarthy maakt abstracte schilderijen in heldere kleuren waarbij d.m.v. een voor het schilderij geplaatste glasplaat een 3d effect gesuggereerd wordt omdat zij delen van het beeld herhaald op de glasplaat.


    De Israëlische kunstenaar David Gerstein maakt eveneens 3d werken. Uitgesneden gekleurde metalen stroken buigt hij in abstracte of realistische vormen en brengt deze van elkaar gescheiden aan in een montage die aan de wand gehangen kan worden en ook wel als sculptuur op een sokkel geplaatst.



    Lees meer >> | 2 Reacties | Reageer | 1962 keer bekeken

  • Bij het onstaan van de serie: In Gedachten

    19 november 2008

    Ooit is er, in de nevelen van zijn bestaan, een moment geweest dat het voor het eerst tot een menselijk wezen doordrong dat hij gedachten had, misschien is hij zich rot geschrokken maar hij stond tevens voor het voldongen feit dat zijn gedachteleven een aanvang had genomen, onstuitbaar en niet meer te stoppen wordt hij vanaf die dag lastig gevallen door denkbeelden en een ellendige hoeveelheid vragen die daar weer het gevolg van zijn, er komt geen einde aan.
    Vooral de vragen die betrekking hebben op het gedachteleven zelf zijn een kwelling van de eerste orde want je hebt als mens toch een beetje het gevoel dat je je gedraagt als een hond die in zijn eigen staart probeert te bijten, je ziet hem zitten maar je krijgt hem nooit goed te pakken en ondertussen draai je, tot groot vermaak van alleman, eindeloos in een kringetje.
    Zo zijn er mensen die het nooit leren en hardnekkig doorgaan met het verzamelen van kennis met als doel ons onwetende sukkels te voorzien van de antwoorden waar we niet naar op zoek zijn.


              De TM-goeroe Maharishi Mahesh Yogi bijvoorbeeld, hij wil ons laten geloven dat onze gedachten ontstaan als minuscule belletjes in ons onderbewustzijn, die langzaam omhoog drijven om zich tenslotte, als ze volgroeit zijn, te manifesteren in ons bewustzijn en voila daar is de gedachte, kind kan de was doen met een Miele, alles gaat vanzelf, flauwekul van de de bovenste plank natuurlijk, want er is geen schijn van bewijs dat hij gelijk heeft.

               Nog zo een, Rudolf Steiner, filosoof en grondvester van de Antroposofie verkondigde, voor in de twintigste eeuw, dat de wereld doortrokken is van gedachten en dat de organisatie van ons hoofd zo ingericht is dat die uitermate geschikt is om deze gedachten uit de wereld op te vangen en te selecteren voor eigen gebruik. Klinkt dat even plezierig, hoef je zelf niets anders meer te doen als een beetje selecteren en klaar ben je, en gaat het fout dan heb je alleen niet goed geselecteerd, volgende keer beter.                         

    Als u nu denkt dat ik de vraag, hoe het echt zit met onze gedachten, zelf even ga beantwoorden heeft u het nog niet helemaal begrepen en daarom voor de laatste keer, vragen omtrent onze gedachten en bewustzijn zijn niet te beantwoorden anders dan met speculatieve beweringen zonder bewijs en daarom mag u wel geloven wat ik verder schrijf maar dat is dan geheel voor uw rekening.
    ik ben kunstenaar, geen wetenschapper, en heb daarom noch niet het kleinste bewijs nodig om mijn afwijkende ideeen en meningen te ventileren, t'is maar dat u dat weet.
    Mijn voorstelling van onze gedachtenwereld eist, om te beginnen, dat de ogenschijnlijk Siamese tweeling, gedachten en denken, van elkaar gescheiden worden, het zijn beide afzonderlijk fenomenen.
    Denken doen we allemaal, denken we maar dat is een misvatting, denken is voor ons mensen niet weggelegd, daar kijkt u van op maar de waarheid is dat we het niet eens kunnen.
    We maken er wel gebruik van maar het eigenlijke werk gebeurt buiten de grenzen van ons lijf door een universeel brein waarop alle levende wezens in de kosmos, die zijn voorzien van een ingebouwde zender/ontvanger in de vorm van een stel hersens (waar om die reden dan ook geen enkelvoud van bestaat) zijn aangesloten en misschien wel alles wat leeft, hersens of niet.
    Het zal wellicht voor veel mensen een niet te verteren denkbeeld zijn om met miljarden mensen en een veelvoud daarvan aan dieren hier op onze aarde en alle andere werelden in de kosmos een enkel brein te delen want wat onderscheid ons dan, behalve ons uiterlijk en een overmatig aantal poten, van de dieren?
    Het antwoord is simpel en eenduidig, TAAL, ons verbale communicatie-middel het voertuig van onze geest.
    Onze gedachten drukken zich uit in taal, een kunstje wat geen beest machtig is en, helaas, ook door een flink aantal mensen amper en/of op een bedenkelijk niveau.
    Een klein voorbeeld: Als we het woord stoel niet kennen, herkennen we voorwerp als zodanig niet.
    Denken en gedachten worden al te vaak verward, zo wordt redeneren, woorden rangschikken en op een rijtje zetten vaak aangezien als denken maar is dat allerminst.
    Sommige mensen slagen er zelfs in om uren achtereen aan het woord te zijn zonder een seconde te denken, politici ontlenen er zelfs een zekere status aan.
    Alle talen zijn zodoende de sleutels die de mens die de mens toegang verschaft tot de grote kosmische denkmachine en... de machine tot de mens als de machine dat tenminste nodig vind want hij kan ons ook besturen zonder tussenkomst van taal.
    De machine beheerst weliswaar alle talen van de kosmos maar werkt zelf volgens een principe waar ik geen ander woord voor kan bedenken dan abstract en dat op zich is iets wat mij als kunstenaar bijzonder aanspreekt en mij tevens een dankbaar fundament verschaft voor het werk aan mijn serie schilderijen gebaseerd op gedachten.
    Opzet is de abstracte vorm van gedachten te vangen in vorm en kleur zonder dat daar een letter taal aan te pas komt met dien verstande dat ik me helaas wel moet beperken tot een 2-dimensionaal vlak een beperking waar de machine zelf natuurlijk geen enkele last van heeft.










       

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1953 keer bekeken

  • Kunst als doorgeefluik

    8 augustus 2008

    Volgens de Engelse bioloog Rupert Sheldrake bestaat er een relatie tussen de kijker en het bekekene, wederzijds beinvloeden we elkaar ook als het over z.g. dode materie gaat.
    Hoe het een en ander in zijn werk gaat is hier even een brug te ver, maar wil je het naadje van de kous weten, lees dan zijn boeken zou ik zeggen. Ik wil hier iets zeggen over wat het fenomeen volgens mij voor ons beeldende kunstenaars betekent.

                   Rupert Sheldrake - bioloog

    Rupert Sheldrake, een van de meest innovatieve wetenschappers, heeft hier vijf jaar lang onderzoek naar gedaan. Hij bewijst in dit boek dat dieren drie bijzondere vaardigheden hebben: toegang tot de gedachten van anderen (telepathie), een fenomenaal richtinggevoel, en het voorvoelen van belangrijke gebeurtenissen. Hij verklaart bovendien de werking van deze bijzondere vermogens. En wellicht heeft ook de mens deze vaardigheden, maar zijn wij ze in  onze moderne maatschappij kwijtgeraakt.

    Feit is dat we allemaal wel eens het gevoel hebben gehad bekeken te worden en dat dat nog bleek te kloppen ook. De relatie bestaat niet alleen met levende dingen als mensen, dieren en zelfs planten maar, nog gekker, ook met dingen die geacht worden morsdood te zijn.
    De meeste kunstenaars hoef je hierover niets te vertellen die weten wat hun werken voor impact kunnen hebben op mensen. Dat echter mensen/kijkers invloed kunnen hebben op het werk waar ze naar kijken is voor sommigen een nogal schokkende en moeilijk te verteren gedachte, want de kunstenaar weet zichzelf onlosmakelijk verbonden met zijn schepping, het kunstwerk en zijn maker zijn een. De kunstenaar wordt daardoor dus ook beinvloed door de kijker ook als deze zich aan de andere kant van de aarde bevind of zelfs nog verder weg. Een onplezierig idee dus van onze bioloog? Niet voor mij want ik ben er al heel lang van overtuigd dat alle mensen als ze al kijken niets zien dat verder gaat dan de buitenkant. Echt zien is slechts voor een bevoorrechte enkeling weggelegd en deze moet dan ook nog eerst zijn aandacht richten op dat ene speciale werk dat zijn interesse kietelt, voordat hij iets meer ziet dan de buitenkant. Maar dan is het raak en ontstaat er een wederzijdse connectie tussen de kunstenaar, het werk en de kijker. Het kunstwerk wordt daarbij een doorgeefluik, niet de fossiele constructie uit de 60er-jaren,  maar een spirituele, intermediaire faciliteit. Het woord "Doorgeefluik" geeft de functie toch wat helderder weer, daarom.
    doorgeefluik tussen de binnen- en buiten wereld.
    Hoe zou dat kunnen werken? Het begint natuurlijk bij de kunstenaar, hij wil zijn vaardigheid (kunst komt van kunde, net zoiets) tonen en gaat opzoek naar een onderwerp om zijn techniek op los te
    laten. Dat zoeken kan hij op een paar manieren doen b.v. door zijn verbeelding of voorstellingsvermogen in te schakelen en zo in zijn geest een beeld op te bouwen van iets dat in de werkelijkheid zou kunnen bestaan of niet dat doet er eigenlijk niet toe, hij heeft een beeld en gaat dat schilderen of uithakken punt. De abstracte kunstenaar heeft het ogenschijnlijk wat makkelijker, die doet maar wat, maar schijn bedriegt, daar komt elke beginneling, kunstenaar in spe, snel achter. De eerste is nog leuk en mooi, hij oogst lof al om. Maar dan... de tweede en volgenden worden dezelfde of het wordt een rotzooitje. De echte abstracte kunstenaar heeft een concept of werkplan, geen star stramien maar een handvol elementen die flexibel worden ingezet.
    Maar hoe dan ook beide halen het plaatje uit hun geest en daar gaat het om.
    Het kan ook anders, in dat geval gaat de kunstenaar op zoek in de buitenwereld, of soms zelfs in het werk van een collega, opzoek naar een aansprekend beeld dat zich leent om nageschilderd te worden. In het geval van het nageschilderde werk van van collega (meestal een beroemde schilder of fotograaf), is dat natuurlijk geen kunst maar ordinaire diefstal.
    De echte kunstenaar begint met kijken, kijken en nog eens kijken om tenslotte te doorzien wat hij maken wil. Ook hij vormt in zijn geest een beeld van hetgeen hij gezien heeft en gaat daardoor een relatie aan met zijn object, model of panorama. Het spreekt voor zich dat wat hij gezien heeft volkomen afwijkt van hetgeen de toevallige toeschouwer ziet.
    De kunstenaar benut zijn techniek en talent (zonder dat geen kunstenaar) en legt zijn ziel en zaligheid in het werk dat hij schept en gaat daardoor een onverbrekelijke relatie aan met dat werk en zelfs met het onderwerp dat hij voor de eeuwigheid vastlegt.
    Het kunstwerk heeft hiermee zijn functie van doorgeefluik gekregen en staat dat nooit meer af.
    Bedenk daarom voortaan als je naar de schepping van een kunstenaar kijkt dat je door de schepping heen naar de kunstenaar kijkt en hij naar jou. Veel Plezier. 
    .



    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2017 keer bekeken

  • Navolgers van Otto Freundlich na de 2e-wereldoorlog

    6 augustus 2008


    Ook na de tweede wereldoorlog hebben talloze kunstenaars zich laten inspireren door het werk van
    Otto  Freundlich. Velen haalden er elementen uit die in de eigen stijl werden ingepast, meestal tijdelijk of bij een enkele serie schilderijen. Slechts weinigen hebben zijn gedachtegoed consequent in hun oeuvre verwerkt en daar over gepubliceerd of zich in interviews over de invloed van O.F. uitgelaten.

    De bekendste uit deze periode is de Rus Serge Poliakoff (1900 - 1969). Hij vond zijn inspiratie echter niet alleen bij O.F., ook de invloeden van Paul Klee en Robert Delauney zijn duidelijk terug te vinden.
    Het belangrijkste wat zijn werken gemeen hebben met het werk van O.F. is de geraffineerde eenvoud van zijn komposities, waarin alle vlakken op een bijna holistische wijze met elkaar in verband staan. De kleur speelt daarbij ook een rol maar wekt wel vaak de indruk van secundair belang te zijn.


            
       Serge Poliakoff

    Minder bekend is de connectie tussen O.F. en het werk van de Fransman Maurice Esteve (1904 - 2001)
    Op het eerste oog hebben de werken van de beide schilders, behalve wat blokjes hier en daar, dan ook weinig gemeen.  Zo ontbreekt de bijna streng te noemen sfeer in het werk van O.F. volkomen. Ogenschijnlijk toeval lijkt de rol van bindmiddel in de kompositie te spelen. Pas bij nadere beschouwing vinden we de connectie tussen de beide schilders.  Zo zijn de kleurvlakken zonder tussenlijn tegen elkaar geschilderd en
    blokken van vlakken met een gering kleurverschil of sterkte begrensd door sterk contrasterende blokken of vlakken.


         
      Maurice Esteve

    Dan Flavin (1933 - 1996) is een Amerikaanse kunstenaar in wiens werk, constructies van neonbuizen,  de relatie met het werk van O.F. meer virtueel van aard is. De connectie is eerder fysisch dan fysiek.
    De aard van zijn werken is op het oog erg simpel en eenvoudig en wordt daarom gekenschetst als minimalistisch. Hij heeft de merkwaardige gewoonte zijn constructies of opstellingen geen titel mee te geven maar wel op te dragen aan mensen, collega's, die er voor hem en zijn werk van belang waren. Een daarvan was Otto Freundlich. De constructie "voor Otto Freundlich" is de eerste maal tentoon gesteld op en expositie van het werk van O.F. in de Galerie Ostdeutsche Kunst in Regensburg. In de catalogus geeft hij aan dat het vooral de beredeneerde en analytische wijze waarop O.F. de kleuren benaderde en verwerkte, voor hem van groot belang waren bij het samenstellen van zijn constructies

           
       Dan Flavin - z.t.(voor Otto Freundlich)

       








    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 4040 keer bekeken

  • Navolgers van Otto Freundlich, in zijn tijd ca. 1930

    26 juli 2008

    Een galeriehouder, zelf schilder, met wie ik goed bevriend ben, beoordeelde mijn werk, een serie schilderijen met wel erg veel kenmerken van Otto Freundlich, en merkte op, "daar zijn we allemaal wel eens mee begonnen ... en net zo snel weer mee gestopt". Ik begreep de opmerking volkomen want het lijkt zo simpel maar is dat allerminst.
    Blokjes stapelen is voor de meeste mensen iets wat je voor het laatst in je kleutertijd gedaan hebt, uitgezonderd natuurlijk de metselaars onder ons. Een volwassene die zich daar mee bezighoud wordt in de regel nogal meewarig aangekeken, men zegt niets maar dat is nou juist weer veelzeggend. Vrolijk wordt je d'r in ieder geval niet van. De foto's van O.F. tonen dan ook bepaald geen zonnetje in huis

                                     

    Ik vermoed dat aan dat geprangde uiterlijk weleens de moeilijke ontvangst van zijn schilderijen bij het grote publiek ten grondslag kan liggen. Gelukkig voor hem, en ons, dachten zijn collega's tijdgenoten daar wat genuanceerder over. Hij werd weliswaar niet regelrecht gekopieerd maar een serie grote namen onder wie Paul Klee, Frantisek Kupka, Wassily Kandinsky en daarnaast vele anderen hebben zich in navolging van O.F. verstout met blokjes te werken en zijn er net als mijn vriend na een paar schilderijen ook gelijk weer mee gestopt.
    Maar de werken die zij gemaakt hebben zijn stuk voor stuk klassiekers geworden, terug te vinden in alle boeken en geschriften over de moderne, abstracte, kunst.

                           
             Paul Klee


              
             Wassily Kandinsky
     
    Paul Klee heeft eens gezegd dat het gevaar van werken met simpele elementen is dat je jezelf tot in het oneindige gaat herhalen en herhaling is verspilling van talent. Desondanks heeft hij ons een serie indrukwekkende werken nagelaten. Buiten dat denk ik dat als je door je zelf te herhalen in staat ben de schoorsteen optimaal te laten roken je gek ben als je iets nieuws gaat verzinnen. Wat mij betreft leve de hoerigheid.
    Wat betreft Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en nog een aantal leden van De Stijl heeft de invloed van O.F. meer impact gehad en voor de betrokken schilders tot aanzienlijk meer roem en erkenning geleid dan voor O.F. persoonlijk'
    Zelf heb ik bij wijze van studie ca. 25 schilderijtjes van 30 x 40 cm gemaakt - oordeelt u zelf.
     
                                    Als er colega's zijn die in dezelfde of een min of meer verwante stijl werken en mij daar voorbeelden van willen sturen/mailen zou ik dat zeer op prijs stellen - wie weet kunnen we samen iets ondernemen?



     


                   

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 4480 keer bekeken

  • De relatie tussen M.Koetsier, W.M.Dudok en Otto Freundlich

    23 juli 2008

    Ik ben idolaat van het werk van Otto Freundlich, een Duitser die schilderde van ca. 1908 tot 1942, een jaar voordat hij door de nazi's vermoord werd in een concentratiekamp.
    Ondanks een zeer behoorlijke productiviteit zijn er weinig werken, schilderijen en plastieken, van hem bekend. Dat hebben we dan te danken aan de gemankeerde kunstschilder A.Hitler die het werk van O.F. en een groot aantal illustere tijdgenoten tot entartete kunst verklaarde. Om die reden werden vele honderden of misschien zelfs duizenden kunstwerken van onschatbare waarde uit de musea verwijderd en verbrand. Waaronder dus vele werken van O.F.
    De nazi's organiseerden voor de vernietiging nog wel even een reizende expositie om te laten zien wat voor idiote schilderijen er door de z.g. kunstenaars gemaakt werden. Het omslag van de catalogus voor deze tentoonstelling werd gesierd door een foto van het plastiek de "De nieuwe mens" van O.F.

                                          

    Gelukkig zijn er nog voldoende werken bewaard gebleven om goed beeld te krijgen van zijn oeuvre.
    Kenmerkend voor zijn werk is het consequent toepassen van vierkanten/rechthoeken die zodanig gerangschikt werden dat er vrijwel uitsluitend T-kruisingen ontstonden i.p.v. viersprongen. Daarnaast komen op nagenoeg alle schilderijen rechthoeken, blokken van rechthoeken, voor waarvan een hoek is afgerond en/of een rechthoek met twee evenwijdig gebogen lijnen. Trucks waardoor het beeld, dat met al die rechthoeken gauw statisch dreigt te worden integendeel juist een zeer dynamisch karakter krijgt. Dat effect versterkte hij nog extra door te voorkomen dat lijnstukken in elkaars verlengde kwamen te liggen.
    Zijn kleurgebruik kenmerkt zich door een serie tegen elkaar liggende vlakken met een zeer gering kleur of sterkte verschil af te wisselen met vlakken met een maximaal contrast, waardoor diepte en een geraffineerde balans ontstaan.

                                

    Over kleurgebruik heeft hij een boekje geschreven, "Krafte der Farbe", dat in 2001 heruitgegeven is maar dat ik tot nu toe nog niet te pakken heb kunnen krijgen. Ik ben nog optimistisch en op jacht.
    Voor zover mij bekend heeft, in Nederland, alleen het gemeente museum van Schiedam een werk van O.F. in bezit.
    Mijn voorliefde voor kunstwerken met een sterk kubistisch karakter is misschien al in mijn jonge jaren ontstaan. Ik ben namelijk opgegroeid in Hilversum, een stad waar veel scholen ontworpen en gebouwd zijn door de vermaarde/wereldberoemde bouwmeester W.M.Dudok. Zo ook alle scholen die ik doorliep (en niet veel meer dan dat). De school die het meest in mijn geheugen gegrift staat is de lagere school, de Dr. Bavinckschool. Al vanaf mijn vroegste bezoek aan deze school was ik mij bewust van de bijzonderheid van deze school - een apenrots van gestapelde blokken met prachtig gesitueerde samengestelde ramen met betoverende glas in lood vensters. Binnen was de sfeer ronduit sinister met lange hoge gangen, vele nissen en rare hoeken en dat alles gemaakt in een stijl die ik jaren versleten heb voor Jugendstill.          
        
                                                                                                                                                                     Nu weet ik beter en was Dudok zelf een toonaangevend ontwerper met een stijl die door vele collega's tot op de dag van vandaag gekopieerd wordt.
    De connectie tussen O.F. en Dudok is werkelijk, de heren hebben elkaar in de jaren '20 van de vorige eeuw vele malen ontmoet op manifestaties van de groep "De Stijl" de groep die door Mondriaan, Doesburg, Rietveld en anderen o.a. de architect J.P.Oud aan een onsterfelijke bekendheid werd geholpen

             
    W.M.Dudok                                        Otto Freundlich

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 3736 keer bekeken

  • De ontdekking van Otto Freundlich

    18 juli 2008

    Wat mij mateloos bezighoud is het vraagstuk hoe mensen naar het werk van kunstenaars kijken, wat zien ze?, zien ze wel wat ze zien?, wat doet het met ze?, ligt datgene wat ze zien aan mij als kunstenaar of aan de kijker en doe ik niet terzake?, is kijken ook een kunst?, zo kan ik nog wel even doorgaan, maar daarover later meer!

    Kernvraag is hoe nemen wij waar!

    Stel je de situatie eens voor waarin alle prikkels die zich aan je zintuigen aanbieden volledig door je bewustzijn geregistreerd en verwerkt worden. Niets maar dan ook niets ontgaat je, je bent 24 uur per dag online met de kosmos.
    Een huivering wekkende gedachte, maar gelukkig niet meer dan dat want de natuur heeft ons, het verschijnsel mens uitgerust met een prima instrumentarium waarmee de informatie brei zonder al te ernstige problemen beheerst kan worden.
    Neem bijvoorbeeld het instrument van de selectieve perceptie. We nemen uitsluitend datgene waar wat we waar willen nemen, of nodig is om de situatie waarin we verkeren te overleven. De rest, 99.9%, gaat gelijk volautomatisch overboord. We kunnen rustig door suffen zonder angst vroegtijdig aan ons einde te komen.
    Dat ene promil wat overblijft heeft echter niet alleen tot doel onze leef-tijd op te rekken, het is ook de aan/uit schakelaar van onze aandacht. Overigens is de werking van die schakelaar een mysterie.
    Natuurlijk, als je veel herrie maakt trek je ieders aandacht wel, maar bij het subtiele werk is en blijft het een in nevelen gehuld vraagstuk.

    Voor de kunstenaar is het krijgen/trekken van aandacht een zaak van levensbelang voor een succesvolle carriere.
    Zelf ervaar ik dat het sleutelwoord dat nodig is om mijn schakelaar te activeren interesse is. Zonder interesse geen klik. Dat lijkt erg simpel, ware het niet dat mijn interesse in de loop der tijden nogal heftig heen en weer geschoven is. Ik neem aan dat ik daar niet uniek in ben. Het heeft wellicht te maken met heersende mode's.

    Wat nauwelijks verschoven is, is mijn interesse in de abstracte kunst en het kubisme in het bijzonder.  Die heeft naar mijn gevoel altijd bestaan en neemt nog dagelijks, met elk schilderij dat ik zie, toe. Mijn fascinatie voor het vierkant en zijn toepassing in de schilderkunst was geen gevolg van interesse maar van stom toeval.
    De trigger was een kleine, nota bene zwart/wit afbeelding van een schilderij, in een obscuur boekje over de duitsche schilderkunst tijdens het interbellum. Dat boekje vond ik op een tafeltje bij de receptie waar ik als vertegenwoordiger op mijn klant zat te wachten. Met mijn gedachten bij mijn werk bladerde ik het door en wham. De afbeelding was van een werk van Otto Freundlich uit 1930,
    De betoverende eenvoud van het werk maakte een onuitwisbare indruk op mij en gevolg was dat ik binnen korte tijd alles wat ik maar in boeken kon vinden verslond. Internet - zelfs het woord bestond toen in 1974 nog niet - was er nog niet dus zoeken was toen nog echt zoeken.

    Het beeld van dat schilderij is tot op de dag van vandaag...

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2373 keer bekeken