Volgens de Engelse bioloog Rupert Sheldrake bestaat er een relatie tussen de kijker en het bekekene, wederzijds beinvloeden we elkaar ook als het over z.g. dode materie gaat.
Hoe het een en ander in zijn werk gaat is hier even een brug te ver, maar wil je het naadje van de kous weten, lees dan zijn boeken zou ik zeggen. Ik wil hier iets zeggen over wat het fenomeen volgens mij voor ons beeldende kunstenaars betekent.

               Rupert Sheldrake - bioloog

Rupert Sheldrake, een van de meest innovatieve wetenschappers, heeft hier vijf jaar lang onderzoek naar gedaan. Hij bewijst in dit boek dat dieren drie bijzondere vaardigheden hebben: toegang tot de gedachten van anderen (telepathie), een fenomenaal richtinggevoel, en het voorvoelen van belangrijke gebeurtenissen. Hij verklaart bovendien de werking van deze bijzondere vermogens. En wellicht heeft ook de mens deze vaardigheden, maar zijn wij ze in  onze moderne maatschappij kwijtgeraakt.

Feit is dat we allemaal wel eens het gevoel hebben gehad bekeken te worden en dat dat nog bleek te kloppen ook. De relatie bestaat niet alleen met levende dingen als mensen, dieren en zelfs planten maar, nog gekker, ook met dingen die geacht worden morsdood te zijn.
De meeste kunstenaars hoef je hierover niets te vertellen die weten wat hun werken voor impact kunnen hebben op mensen. Dat echter mensen/kijkers invloed kunnen hebben op het werk waar ze naar kijken is voor sommigen een nogal schokkende en moeilijk te verteren gedachte, want de kunstenaar weet zichzelf onlosmakelijk verbonden met zijn schepping, het kunstwerk en zijn maker zijn een. De kunstenaar wordt daardoor dus ook beinvloed door de kijker ook als deze zich aan de andere kant van de aarde bevind of zelfs nog verder weg. Een onplezierig idee dus van onze bioloog? Niet voor mij want ik ben er al heel lang van overtuigd dat alle mensen als ze al kijken niets zien dat verder gaat dan de buitenkant. Echt zien is slechts voor een bevoorrechte enkeling weggelegd en deze moet dan ook nog eerst zijn aandacht richten op dat ene speciale werk dat zijn interesse kietelt, voordat hij iets meer ziet dan de buitenkant. Maar dan is het raak en ontstaat er een wederzijdse connectie tussen de kunstenaar, het werk en de kijker. Het kunstwerk wordt daarbij een doorgeefluik, niet de fossiele constructie uit de 60er-jaren,  maar een spirituele, intermediaire faciliteit. Het woord "Doorgeefluik" geeft de functie toch wat helderder weer, daarom.
doorgeefluik tussen de binnen- en buiten wereld.
Hoe zou dat kunnen werken? Het begint natuurlijk bij de kunstenaar, hij wil zijn vaardigheid (kunst komt van kunde, net zoiets) tonen en gaat opzoek naar een onderwerp om zijn techniek op los te
laten. Dat zoeken kan hij op een paar manieren doen b.v. door zijn verbeelding of voorstellingsvermogen in te schakelen en zo in zijn geest een beeld op te bouwen van iets dat in de werkelijkheid zou kunnen bestaan of niet dat doet er eigenlijk niet toe, hij heeft een beeld en gaat dat schilderen of uithakken punt. De abstracte kunstenaar heeft het ogenschijnlijk wat makkelijker, die doet maar wat, maar schijn bedriegt, daar komt elke beginneling, kunstenaar in spe, snel achter. De eerste is nog leuk en mooi, hij oogst lof al om. Maar dan... de tweede en volgenden worden dezelfde of het wordt een rotzooitje. De echte abstracte kunstenaar heeft een concept of werkplan, geen star stramien maar een handvol elementen die flexibel worden ingezet.
Maar hoe dan ook beide halen het plaatje uit hun geest en daar gaat het om.
Het kan ook anders, in dat geval gaat de kunstenaar op zoek in de buitenwereld, of soms zelfs in het werk van een collega, opzoek naar een aansprekend beeld dat zich leent om nageschilderd te worden. In het geval van het nageschilderde werk van van collega (meestal een beroemde schilder of fotograaf), is dat natuurlijk geen kunst maar ordinaire diefstal.
De echte kunstenaar begint met kijken, kijken en nog eens kijken om tenslotte te doorzien wat hij maken wil. Ook hij vormt in zijn geest een beeld van hetgeen hij gezien heeft en gaat daardoor een relatie aan met zijn object, model of panorama. Het spreekt voor zich dat wat hij gezien heeft volkomen afwijkt van hetgeen de toevallige toeschouwer ziet.
De kunstenaar benut zijn techniek en talent (zonder dat geen kunstenaar) en legt zijn ziel en zaligheid in het werk dat hij schept en gaat daardoor een onverbrekelijke relatie aan met dat werk en zelfs met het onderwerp dat hij voor de eeuwigheid vastlegt.
Het kunstwerk heeft hiermee zijn functie van doorgeefluik gekregen en staat dat nooit meer af.
Bedenk daarom voortaan als je naar de schepping van een kunstenaar kijkt dat je door de schepping heen naar de kunstenaar kijkt en hij naar jou. Veel Plezier. 
.



calmeyn nancy

12 januari 2009

ik heb enkele citaten op mijn site die wat aansluiten met bovenstaande, interessante tekst: 'Een schilderij leeft door gezelschap; het ontplooit zich en leeft op in de ogen van de gevoelige waarnemer.Het kan echter sterven door hetzelfde gegeven."Rothko "Wie een kunstwerk volledig begrijpt heeft het opnieuw geschapen" G.van den Berghe groetjes, nancy


Reageer op dit bericht