In gezelschap van liefhebbers van abstracte kunst mag ik graag opmerken dat kunst zinloos is en geen ander doel dient dan het verschaffen van genoegen aan de maker ervan. Daar kijken ze dan van op, want een dergelijk egoïsme verwachten ze niet van een kunstenaar. De prikkelende stelling is niet origineel, ik heb hem ergens opgepikt. Helaas ben ik vergeten waar, en wat belangrijker is, ook vergeten wie de auteur is. Ik opteer Arthur Schopenhauer omdat ik in die periode buitengewoon geïnteresseerd was in het werk van de grote Duitse filosoof. Zeker ben er niet van want Schopenhauer had een zeer uitgesproken mening over de kunst, die hij zeer hoog achtte, wat dan weer nauwelijks valt te rijmen met de stelling. Hij voldoet echter uitstekend om de discussie te openen en daar gaat het mij om.
De stelling is onvolledig. Ik haast mij daarom altijd hem te complementeren met de toevoeging dat ik het wel degelijk op prijs stel als mijn werk ook genoegen verschaft aan mensen bij wie het werk in de smaak valt.
Ik zou, als kunstenaar behoorlijk gestoord zijn als ik uitsluitend voor mijzelf zou schilderen zonder acht te slaan op het fenomeen, de smaak van de van de abstracte kunstliefhebber, en mijn waarneming daarvan niet zou verwerken in mijn stijl.
De moeilijkheid is wel hoe dat te doen zonder ongeloofwaardig te worden. Plaatje pikken, leentjebuur spelen bij succesvolle collega's, stijlelementen kopiëren van topkunstenaars zijn acties die mij als kunstenaar eerder schaden dan profijt opleveren. Ze tasten mijn integriteit aan, halen de waarde van mijn eigenheid naar beneden en dat kan en mag nooit de bedoeling zijn. Daarom alleen al is het goed in discussie te gaan met kunstliefhebbers of het kenners zijn of leken doet er niet zo toe.
Discussie is altijd leerzaam en daardoor waardevol. Zo hoop ik op deze manier ooit wat licht te krijgen in een kwestie die mij al jaren obsedeert. De vraag is; wat is de waarde van de eerste indruk bij een blik op het werk van een kunstenaar?.


                      
                                             
In een fractie van een seconde vellen we het oordeel dat bepalend is of we het werk nader beschouwen of dat we het ogenblikkelijk vergeten. Die eerste indruk komt tot stand doordat ongrijpbare omgevingsfactoren als b.v. smaak, kennis, vooringenomenheid en intuïtie op elkaar inwerken. Ons humeur geeft het laatste zetje en pats daar is het stempel: afgekeurd, of niet. Maar stel je voor dat we, hoe dan ook, zo beleeft zijn om nog even te kijken. Wat zien wij dan?
Dat hangt opnieuw van een aantal factoren af waarvan de twee belangrijkste zijn, belangstelling en aandacht. Brengen we dat op dan gaat er zomaar een wereld open. Dan zien we misschien wel hetzelfde wat de schilder zag op het moment dat hij de laatste streek zette. Toen hij voelde dat zijn verbeelding uiteindelijk gesublimeerd was. Het resultaat definitief niet meer te verbeteren viel en het werk, zijn schepping, klaar was.
Als dat zo is dan kijken we niet alleen naar het werk dan zijn we ook waarnemer van de diepte waar aan het werk zijn kracht ontleent. Met diepte bedoel ik niet de optische illusie van het perspectief, een geraffineerde schaduwwerking of het chromatisch perspectief dat Rudolf Steiner beschrijft in zijn boek 'Het wezen van kleur'. Diepte omvat de gehele voorgeschiedenis die ten grondslag ligt aan het werk en die gewoonlijk begint met een nauwelijks bespeurbare emotie, een vage gedachte, gevolgd door die eerste, aarzelende, streek die de aanzet is voor een artistieke vechtpartij met vormen en verf, een strijd die vroeg of niet zelden laat uitmond in het resultaat waarvan de kunstenaar voelt dat het af is. Er kan echter heel wat gebeuren voor het zover is, stukken worden uitgewist of afgedekt en overgeschilderd, kleuren afgezwakt of juist versterkt, lijnen aangebracht en weer weggehaald, harde contrasten worden veranderd in een vloeiend verloop enz. allemaal zaken die tezamen de voorgeschiedenis van het schilderij bepalen en daarmee de diepte die het werk zijn kracht geven en een logische plaats in het oeuvre van de kunstenaar. Diepte vinden we dan ook in het oeuvre van de schilder dat in zijn geheel een beeld geeft van zijn groei als kunstenaar. Elk schilderij wordt zo op het ogenblik dat het af is deel van een voorgeschiedenis die onherroepelijk leid tot het volgende schilderij. De kunstenaar laat zich als het ware lezen door zijn werk. De vraag is echter moeten we een schilderij zien als een pagina van een eindeloos boek of als een hoofdstuk dat uitnodigt om het volgende hoofdstuk te lezen en zo een feuilleton avant le lettré vormt.
Diepte, zoals hier bedoelt, is van onschatbare waarde voor het oeuvre van de kunstenaar. Het probleem is dat veel kunstenaars hun stinkende best doen alles wat maar zou kunnen verwijzen naar een voorgeschiedenis wegpoetsen. Met de productie van gelikt werk leggen ze een sluier over de kracht van hun arbeid. De kracht is daarmee niet verdwenen, zelfs niet afgenomen. De kracht is omgezet in spanning, een vibrerende energie die inwerkt op de psyche.
Terug naar de eerste indruk en de waarde daarvan. We stellen vast dat het oppervlakkige karakter van de eerste indruk ons vaak de kans beneemt kennis te maken met opwindende kunst en de makers daarvan en daarmee wordt de waarde uiterst dubieus.
Daarmee is niet alles gezegd want de bal is nog altijd in het spel en ligt voor de voet van de kunstenaar, hij moet het spel maken door zijn scheppingen een lading mee te geven die de omgevingsfactoren van de kijker, met zijn rot humeur, geen kans geven zich er onder uit te draaien. Ga d'r maar aan staan.

Reageer op dit bericht